Als U de 40 met “CFL” gekenmerkte en genummerde routes volgt, kunt U gemakkelijk en ontspant van station tot station wandelen. Na ieder wandeling bestaat de mogelijkheid de trein terug naar het uitgangspunt te nemen.

a) Ardennen
Aanbevelenswaardig zijn de wandelroutes langs de zogenaamde “Noordroute”, de spoorwegverbinding tussen Ettelbruck en het Belgische Gouvy, door de Luxemburgse Ardennen. De “CFL”-routes nr. 31, 32, 33, 35, 37 en 40 (deze volgen eerst het zelfde parcours dan de Boven-Sûre pad, en aansluitend het parcours van de Noord pad) verbinden alle stations van deze route onderling :

  • CFL-wandelwegen 31 en 32 : in twee etappes (Ettelbruck – Michelau - Goebelsmuhle) brengt dit pad u langs de ruïne van slot Bourscheid en biedt u de prachtigste paranorma’s op de omliggende hooggelegen plateaus.Der „Obersauer-Pfad“ setzt im weiteren Verlauf seinen Weg durch das wohl bekannteste Flusstal der Luxemburger Ardennen, jenes der Obersauer, fort. Highlights sind u. a. das malerische Städtchen Esch-sur-Sûre sowie der Obersauer-Stausee. (67km; Start: Ettelbruck, Ziel: Martelange, dort Anschluss an das belgische Fernwanderwegenetz).

    • Dit “Boven-Sûre” pad loopt vervolgens door de bekendste vallei van de Luxemburgse Ardennen, de vallei van de bovenloop van de Sûre. Hoogtepunten zijn o.a. het schilderachtige stadje Esch-sur-Sûre en de stuwdam van de Boven-Sûre. (Dit is een traject van 67 km dat in Ettelbruck start en in Martelange eindigt. Daar geeft het aansluiting op het Belgische GR-netwerk).

  • CFL-wandelwegen 33, 35, 37, 40: deze vier etappes (Goebelsmuhle – Kautenbach – Drauffelt – Clervaux – Troisvierges) lopen via het „Noord“ pad door eenzame romantische valleien. De hoogtepunten zijn de betoverde „Schuttburg“, het authentieke Ardeense dorp Lellingen (met zijn achthoekige kerk, zijn ligging aan de samenvloeiing van meerdere beken en zijn jaarlijkse kunstfestival), Clervaux en de fotocollectie „The Family of Man“..

Langs de secundaire route Kautenbach – Wiltz kan u aantrekkelijke wandelingen maken aan beide zijden van de wilde en romantische vallei van de Wiltz met haar brem begroeide heuvels („CFL“-pad 38 en 39). Aan de noordkant volgt die weg het „Charles Mathieu“ pad (CFL-pad 39, Kautenbach -Wiltz, 13 km) tot in het Ardeense stadje Wiltz met zijn slot en de “Tuinen van Wiltz“. Aan de zuidkant loopt de weg van Wiltz via Nocher (prachtig panorama) terung naar Kautenbach (CFL-pad 38, 12 km).

Wie dan nog over de nodige krachten beschikt, kan doorstappen naar Goebelsmuhle en van daar terugrijden met de trein (CFL-pad 34, bijkomende 6 km).
Deze wandelingen langs de zuidelijke heuvels van de vallei van de Wiltz valt samen met de nationale wandelroute „Wiltz“ pad.

b) Moezel
Ook in de andere delen van het land is het mogelijk van
het ene station naar het andere te wandelen. Zo zijn de Moezelvallei en de hoofdstad met elkaar verbonden via de CFL-wandelpaden 24, 25, 26 en 28. Op etappe 26 (Munsbach – Manternach) is met een lengte van 22 km wel een iets langere afstand te overbruggen maar door zijn enorme vergezichten over de lieflijke Moezelvallei met wijngaarden en wijndorpen geldt deze etappe als mooiste van deze tocht.
Het laatste stuk (CFL-pad 28) dat aan het station van Manternach begint) loopt door de beboste en rotsrijke vallei van de Syr en bereikt uiteindelijk bij Wasserbillig de Moezel.

c) Hoofdstad en omgeving
Het nationale wandelpad „Alzette“ pad volgt de gelijknamige rivier vanaf de hoofdstad in noordelijke richting tot in Mersch. Het volledige traject loopt parallel met de spoorlijn, dus het kan in twee of drie kortere trajecten van station tot station worden onderverdeeld (CFL-pad 19, 20 en 21). Zo ontdekt de wandelaar het typische en vertrouwd aanvoelende landschap van het „Gutland“ met zijn weiden, fruitgaarden en bossen. Vanaf Colmar-Berg loopt CFL-pad 29 dan verder langs de Alzette en langs het slot van Berg en het slot van Birtrange tot in Ettelbruck.

Een even bezienswaardige wandeling loopt van Luxemburg-stad tot Mersch aan de westelijke kant van de vallei van de Alzette. Door haar afstand van 25 km is deze alleen voor geoefende wandelaars op een dag af te leggen. Vooral in het tweede deel van het traject, dat samenvalt met het nationale wandelpad „Mamer“ pad, zorgen indrukwekkende rotsformaties en enige spelonken langs de weg voor de nodige afwisseling. Dit traject loopt bijna de hele tijd door dichte bossen.

d) Land van de rode aarde
Ook in het zuiden van het Groothertogdom zijn er tal van wandelmogelijkheden in combinatie met de trein. Veertien van de in totaal 40 CFL-paden lopen door dit deel van het land. Vermeldenswaard zijn vooral de volgende verbindingen:

  • van Dudelange naar Rumelange via CFL-pad 3 en 4 of – beter – CFL-pad 5, dat ook door het natuurgebied „Haard“ loopt;
  • van Rumelange naar Kayl: CFL-pad 6, met als hoogtepunten het mijnmuseum, het monument voor „Léiwfrächen“ ter ere van de mijnwerkers;
  • van Schifflange naar Esch-Alzette: CFL-pad 8; één van de meest gevarieerde trajecten met landschappen die typisch zijn voor de vroegere dagbouw, dichte bossen en langs de rand van de weg een biotoop (vochtig biotoop „Ellergronn“) en een zoo;
  • van Obercorn resp. Niedercorn naar Rodange. Waarschijnlijk de meest kenmerkende etappes voor deze streek: U stapt door de typische gebieden waar vroeger ertsen werd ontgonnen, die de natuur ondertussen opnieuw heeft veroverd en die met hun roodachtige rotsen, canyons en droge weiden ten dele beschermd zijn („Giele Botter“), ook bezienswaardig is het trein- en industriepark Fond-de-Gras en de authentieke mijnwerkerswoningen in de wijk Lasauvage (CFL-paden 11 en 12 resp. 13).